Wolfgang Lüth (Riga, Letland, 15 oktober 1913 - Flensburg-Mürwik, Duitsland - 13 mei 1945) was een Duitse onderzeebootkapitein bij de Kriegsmarine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Met een van zijn onderzeeboten, de , bracht hij 46 geallieerde schepen tot zinken. Hiermee was hij na Otto Kretschmer de succesvolste onderzeebootkapitein uit de Tweede Wereldoorlog. Samen met Albrecht Brandi was hij ook de enige U-boot kapitein die werd onderscheiden met het Diamant bij zijn Ridderkruis, de hoogste Duitse onderscheiding.

Wat voorafging

Wolgang Lüth werd op 15 oktober 1913 in Riga, Letland, aan de Oostzee, geboren, dat toen nog behoorde bij het Russische Keizerrijk. Wolgang Lüth studeerde eerst rechten en filosofie en ging pas op z'n 20e voor het eerst naar zee. Na een tijdje als matroos op het driemastzeilschip Gorch Fock te hebben gevaren, meldde hij zich in 1933 als vrijwilliger bij de Kriegsmarine. Hij volgde zijn opleiding eerst als cadet op 23 september 1933, tot officier op de lichte kruiser Karlsruhe in 1934 en diende vervolgens voor een jaar op de lichte kruiser Königsberg en kreeg, na zijn afstuderen, in februari 1937 het commando over de . In juli werd hij benoemd tot 2e Wachtofficier van de , waarmee hij in de Spaanse wateren patrouilleerde tijdens de Spaanse Burgeroorlog. In oktober werd hij benoemd tot 1e Wachtofficier van de U-38, en met deze boot werd hij mede op patrouille gestuurd toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak op 1 september 1939.

De Tweede Wereldoorlog

Toen de Tweede Wereldoorlog al bijna een maand bezig was, kreeg Lüth een andere U-boot tot zijn beschikking, de U-9, een Type II U-boot. Hiermee ging hij op zes patrouilletochten met een gestaag succes, waaronder het tot zinken brengen van de Franse onderzeeër Doris op 9 mei 1940. Op 27 juni 1940 nam hij het commando over van de . Met dit schip moest hij Britse transportschepen voor de kust van Brits-Indië en Oost-Afrika torpederen. Daar bracht hij vier schepen met 34.633 BRT aan scheepsruimte tot zinken op zijn eerste patrouille. In oktober na zijn tweede patrouille werd hij onderscheiden met het Ridderkruis van het IJzeren Kruis voor zijn behaalde successen.

Op 21 oktober 1940 nam Lüth het commando over van de , een grote Type IX U-boot. Met deze boot bracht hij in vijf patrouilles, 12 schepen tot zinken, mett 68.077 BRT aan scheepsruimte. Op 1 januari 1941 werd hij bevorderd tot Kapitänleutnant. Op 9 mei 1942 nam hij het commando over van een Type IXD-2 U-boot, de . Hij verliet Kiel voor zijn eerste patrouillereis in september 1942 met deze nieuwe U-boot. Zijn doel was op patrouille te gaan in de Indische Oceaan en de Zuid-Afrikaanse wateren. In oktober bereikte hij de kustlijn buiten Kaapstad en gedurende een maand liet hij 12 schepen zinken voor een totaal van 58.381 BRT aan scheepsruimte, alvorens terug te keren naar Bordeaux, Frankrijk, in januari 1943. Op 16 november 1942 ontving hij al het Eikenloof (Eichenlaub) bij zijn Ridderkruis van het IJzeren Kruis.

In maart 1943 voer Lüth voor de tweede maal uit naar Zuid-Afrika. Deze patrouilletocht duurde 205 dagen, waarbij hij 10 schepen voor 40.331 BRT tot zinken bracht. Lüth werd hiervoor bekroond met de "Zwaarden" bij zijn Ridderkruis van het IJzeren Kruis tijdens deze patrouille. Hij was ook bevorderd tot korvetkapitein (Korvettenkapitän) op 1 april 1943. Op 8 september 1943, kreeg Lüth de "Diamanten" toegekend bij zijn Ridderkruis van het IJzeren Kruis.

Na vijf jaar van de operationele U-bootdienst nam Lüth het bevel van de 22. Unterseebootsflottille in januari 1944. Dit was een opleidingseenheid voor de U-bootcommandanten. In juli 1944 nam hij het commando over van de 1e Abteilung van de Marineschule Mürwik (Marine-Academie van Mürwik) in Flensburg-Mürwik. Hij werd bevorderd tot Fregattenkapitän op 1 augustus 1944 en werd commandant van de gehele Marinschule in september en bevorderd tot kapitein-ter-zee (Kapitän-zur-See).

Zijn profiel

Lüth was hiermee anders dan de andere U-boot kapiteins: hij vocht altijd voor de kust en altijd in de Indische Oceaan, terwijl andere kapiteins meestal de Noordzee of de Atlantische Oceaan als jachtgebied hadden. Volgens veel historici bevond Lüth zich hierdoor in een veel gemakkelijkere situatie: in de Indische Oceaan werden schepen slechts zelden begeleid door oorlogsschepen waardoor Lüth gemakkelijk en praktisch onbedreigd slachtoffers kon maken.

Wolfgang Lüth was ook wat persoonlijkheid betreft totaal anders dan de meeste andere onderzeebootkapiteins: hij was een fanatieke nazi, een overtuigd anti-semiet en harde nationalist, dit terwijl bijna alle andere kapiteins zich niet uitspraken over politiek.

Ook behandelde Lüth zijn bemanning anders: hij lette erg op hygiëne en uiterlijke verzorging, was streng en zette ze psychologisch onder druk. Ook bracht Lüth ze spiritualiteit bij: hij deed aan meditatie en leerde ze filosofie. Lüth vond hygiënische verzorging extreem belangrijk en hij eiste dat ieder bemanningslid zich vlak voor het begin van reis kaal zou scheren. Lüth was een groot voorstander van de verbetering van hygiënische omstandigheden en hij bracht dit onderwerp veel ter sprake bij admiraal Karl Dönitz. Lüth beschouwde zichzelf als "vader" van zijn bemanning, de jonge matrozen waren zijn "kinderen" en volgens hem was een U-bootreis de ultieme trip naar volwassenwording.

Lüth's onorthodoxe methodes maakte van hem de meest kleurrijke, meest excentrieke en meest omstreden van alle Duitse U-bootkapiteins. Toch behaalde Lüth met dezelfde onorthodoxe methodes extreem veel succes en toen hij in augustus 1943 zijn 40e schip tot zinken had gebracht, werd hij onderscheiden met diamanten bij het Ridderkruis, een van de hoogste Duitse onderscheidingen.

Hierna zou Lüth nog een tocht maken, waarbij hij 6 schepen tot zinken zou brengen, voordat hij zich vestigde in de buurt van Hamburg als lesinstructeur en trainer van onderzeebootkapiteins. Lüth zou vanaf dat moment niet meer direct aan de oorlog deelnemen. Met zijn leeftijd van slechts 30 jaar was Lüth de jongste van alle U-bootinstructeurs.

In 1944 schreef Lüth het boek "U-boot krijgers voor vandaag en morgen" een boek waarin stond hoe een U-boot kapitein het beste zijn bemanningsleden moest behandelen. Het boek werd door andere kapiteins als belachelijk en naïef omschreven. Lüths excentrieke gedrag maakte hem tot de meest eenzame van alle kapiteins, een buitenstaander met weinig vrienden.

Zijn dood

Wolfgang Lüth leidde nog steeds de Marine-Academie van Mürwik toen Hitler zelfmoord pleegde en diens opvolger Dönitz naar Flensburg uitweek en deze academie tot zijn hoofdkwartier uitriep. Het enorme terrein met de vele gebouwen en kantoren was hier uiterst geschikt voor en stroomde dan ook snel vol met militairen en ambtenaren. Op 5 mei arriveerden de Britten die Flensburg bezetten maar de Academie voorlopig met rust liet: hiermee werd deze tot een de facto enclave waarin Lüth de veiligheid waarnam terwijl Dönitz een regering leidde van een volkenrechtelijk niet meer bestaande staat, die vooral na de algehele capitulatie van 8 mei niet meer serieus genomen werd.

De dood van Wolfgang Lüth is omgeven met raadsels: op 13 mei 1945 liep Lüth 's nachts over het terrein van de Academie. Mathias Gottlob, een marinekadet die wachtdienst had, zag hem en vroeg hem om het wachtwoord te zeggen: Lüth gaf geen of het verkeerde wachtwoord en werd doodgeschoten. Op 15 mei kreeg Lüth een begrafenis met volledige militaire eer op het terrein. Toen dit nieuws de geallieerden bereikte werd er schande van gesproken, aangezien Lüth bekend stond als fanatieke nazi.

Lüth had waarschijnlijk het wachtwoord geweten en was zelf als commandant verantwoordelijk voor dit wachtwoordensysteem, het is dus een raadsel waarom hij geen of het verkeerde wachtwoord gaf. Wellicht wilde hij zelfmoord plegen door opzettelijk het verkeerde wachtwoord te zeggen. Lüth was een fanatieke nazi en hij had dikwijls gezegd dat hij niet meer wilde leven als Duitsland de oorlog zou verliezen. Een andere verklaring was dat Lüth dronken was (in die laatste dagen werd er vaak en veel gedronken om de onzekerheid te vergeten) en in zijn dronkenschap het wachtwoord vergat of niet verstaanbaar was. Het is ook mogelijk dat hij tegen de wind in had gesproken. Gottlob zelf verklaarde dat hij slechts een waarschuwingsschot had willen afvuren en dat hij Lüth per ongeluk dodelijk trof. Gottlob moest voor de krijgsraad verschijnen maar werd vrijgesproken.

Lüth werd twee dagen later, op 15 mei 1945, begraven en kreeg de laatste staatsbegrafenis van het Derde Rijk en ligt begraven op de begraafplaats Flensburg-Adelby. Lüth ontving nog zijn laatste eerbewijs van het Derde Rijk. Hitlers opvolger van de staat, Rijkspresident en Groot-admiraal Karl Dönitz, sprak de laatste woorden als grafrede. Lüth was de enige Duitse onderzeebootkapitein die een staatsbegrafenis kreeg.

Grafsteen van Wolfgang Lüth.

U-Bootcommando's

  • : 16 dec. 1939 - 28 dec. 1939 - Geen oorlogspatrouille
  • U-9: 30 dec. 1939 - 10 juni 1940 - 6 patrouilles (samen 74 dagen)
  • : 27 juni 1940 - 20 okt. 1940 - 2 patrouilles (samen 29 dagen)
  • 21: okt. 1940 - 11 apr. 1942 - 5 patrouiles (samen 204 dagen)
  • : 9 mei 1942 - 31 okt. 1943 - 2 patrouilles (samen 335 dagen)
  • 22. Unterseebootsflottille: jan. 1944 - mei 1944
  • Marineschule : juni 1944 - mei 1945

Successen

  • 46 schepen tot zinken gebracht met een totaal van 225.204 BRT
  • 1 oorlogsschip tot zinken gebracht van 552 ton
  • 2 schepen beschadigd met een totaal van 17.343 BRT

Militaire loopbaan

Decoraties

Externe links

  1. U.Boot.Net: Wolfgang Lüth
  2. Wolfgang Lüth
  3. Site Galerij Wolfgang Lüth
  4. Eichenlaubträger Wolfgang Lüth
  5. Deutsche Unterseeboote 1933-1945