
Op 14 mei 1940 bereikte de oorlog in Nederland zijn verschrikkelijke climax. Wat begon als een strijd om het land te verdedigen, eindigde die dag in vuur, verwoesting en overgave. Het bombardement op Rotterdam maakte voorgoed duidelijk dat verder vechten geen zin meer had.
De aanval op Rotterdam
In de ochtend van 14 mei onderhandelden Nederlandse en Duitse officieren in Rotterdam over een mogelijke overgave van de stad. De Duitsers hadden al een groot deel van de stad in handen, maar sommige Nederlandse troepen bleven standhouden.
Terwijl de gesprekken nog gaande waren, verschenen plotseling honderden Duitse bommenwerpers aan de hemel. Om 13:27 uur begon het bombardement. Binnen vijftien minuten lag het hart van de stad in puin.
Er vielen meer dan 800 doden en tientallen duizenden mensen raakten hun huis kwijt. Een groot deel van het centrum brandde volledig af.
De schok en de dreiging
Het bombardement was niet alleen bedoeld om Rotterdam te vernietigen, maar ook om de Nederlandse regering te dwingen tot overgave. De Duitsers dreigden dat ook andere steden, zoals Utrecht, hetzelfde lot zouden ondergaan als Nederland niet capituleerde.
De beelden van de brandende stad — zwarte rook, ingestorte gebouwen, en mensen die probeerden te vluchten — maakten diepe indruk. Voor velen was dit het moment waarop ze beseften: verder vechten zou alleen nog meer levens kosten.
De capitulatie
Nog diezelfde avond besloot het Nederlandse leger zich over te geven. Op 15 mei 1940, in Rijswijk, tekenden generaal Henri Winkelman en de Duitse bevelhebber von Küchler de capitulatie.
Alleen Zeeland vocht nog een paar dagen door, samen met Franse troepen. Maar voor de rest van Nederland was de oorlog verloren.
Na vijf dagen van strijd lag het land in handen van de Duitse bezetters.
De gevolgen
Het bombardement op Rotterdam verwoestte niet alleen gebouwen, maar ook levens. Meer dan 25.000 huizen werden vernietigd, en duizenden mensen moesten vluchten naar andere steden.
Rotterdam werd een symbool van vernietiging, maar later ook van heropbouw en veerkracht.


